Gastartikel: Quid pro quo, de ambtenaar als netwerkende merkwerker

Jelle RinzemaGastartikel1 Comment

Met enige regelmaat wordt aan sprekers tijdens door het Hartmans Netwerk georganiseerde congressen of themadagen gevraagd of ze open staan voor het schrijven van een artikel voor onze website. Diezelfde vraag stellen we ook aan inspirerende schrijvers die opereren in het openbaar bestuur of op het snijvlak van openbaar bestuur en commercie. De belangrijkste randvoorwaarde voor een dergelijke uitnodiging is een duidelijke visie op vernieuwing van het openbaar bestuur en een krachtige verbintenis met de invloed en ontwikkeling van jonge talentvolle ambtenaren binnen hun organisaties en daarbuiten.
David Kok is sinds juni 2013 werkzaam als social media manager voor de gemeenteraad (griffie)David Kok van de gemeente Almere. Hij is verantwoordelijk voor alle communicatie vanuit de griffie met als specifiek aandachtspunt het vergroten van de betrokkenheid van bewoners van Almere bij het politieke proces. De afgelopen twee jaar heeft hij zich o.a. beziggehouden met de opkomstbevorderingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezingen 2014, het ontwikkelen van een communicatie- en contentstrategie, een nieuwe website voor de gemeenteraad en een nieuwe huisstijl.

Voordat hij in Almere ging werken, werkte David elf jaar voor de gemeente Amsterdam in diverse functies. Naast zijn werk doet David sinds 2011 jaarlijks onderzoek naar het gebruik van sociale media door gemeenten in Nederland. Sinds 2012 stelt hij als redacteur om de onderzoeken heen boeken samen met relevante literatuur over nieuwe communicatie in de netwerksamenleving. Aan de vier boeken die tot nu toe zijn verschenen hebben de afgelopen vier jaar bijna 150 auteurs meegewerkt. In september 2015 verscheen het laatste boek: Open Gemeenten, de sociale media-almanak voor gemeenten 2015. De boeken zijn integraal te downloaden via de website www.socialmediameetlat.nl.

Op 14 december mocht ik een presentatie geven aan het Hartmans Netwerk in Hilversum. We hadden het daar over de veranderende rol van de overheid en de bewegingen die de overheid daar, volgens mij, in moet maken: de overheid moet zich nog meer richten op de maatschappij, moet daarvoor leren om meer te experimenteren en pionieren en een aantal onderdelen binnen de organisatie daartoe ook professionaliseren. Ik schreef hier op Frankwatching de volgende blog over.

Tijdens en na mijn presentatie ging de discussie vooral over de rol van de overheid als geheel, maar weinig over de rol die specifiek jonge ambtenaren in deze bewegingen kunnen hebben. Welke rol kunnen jonge ambtenaren hebben in het verstevigen van de ambitie van organisaties om een social business te worden in alle facetten, dus in het nastreven van de 10 in plaats van de 7? Een interessante vraag! Op de vraag of ik daar een blog over zou willen schrijven, antwoordde ik dus ook graag positief.

Kennisdelen is kracht

Bij veel oudere ambtenaren zie ik nog vaak het adagium ‘kennis is macht’. Kennisdelen is eng, heb ik geen tijd voor en verzwakt je positie. En als ik al iets deel, dan moet er wel wat tegenover staan: quid pro quo. Gelukkig is dit aan het veranderen, en die verandering zie ik vooral bij jonge(re) ambtenaren. Kennis delen is niet alleen leuk, maar ook noodzakelijk! Juist door kennis te delen krijg je namelijk kennis terug. Door het simpele feit dat andere mensen ook kennis delen.

Door al deze kennis kun je beter dwarsverbanden ontdekken en leggen. Je kunt je werk beter doen, want je weet veel beter wat er speelt. Je kunt dus laten zien dat je een ‘betere’ ambtenaar wordt door kennis te delen met je collega’s en de buitenwereld. Als dat geen indirecte super quid pro quo is, dan weet ik het ook niet meer.

Uiteraard is het dan wel belangrijk dat je uit alle informatie die je krijgt, de informatie kunt halen die voor jou relevant is. En ook daar zie je dat jonge(re) ambtenaren al veel meer gewend zijn om met meer informatie om te gaan dan oudere ambtenaren. Daar zie je de e-mailstuwmeren en de weigering om met sociale media te werken (“moet dat er ook nog bij?”) veel meer, dan bij de jongere generatie.

Dat kennisdelen moet intern en extern plaatsvinden. Veel ambtelijke organisaties zijn enorm verzuild. In een ontzuilde samenleving is dat eigenlijk heel raar. Afdelingen weten niet van elkaar wat ze aan het doen zijn (en dan heb ik het vooral over wat grotere organisaties) en werken dus enorm langs elkaar heen. Terwijl er zoveel meerwaarde kan zitten in iets samen doen! Extern, kennis delen met externe partners als instellingen en bewoners, kan ook heel veel waarde hebben. Allereerst natuurlijk in het feit dat nieuw beleid hierdoor veel beter gedragen zou kunnen worden, daarnaast krijg je door zelf kennis te delen, dus misschien ook nog veel kennis uit de stad halen.

Netwerken

Een belangrijk onderdeel van het verkrijgen van de juiste informatie is echter ook het op orde hebben van je netwerk. Als je niet ‘gelinked’ bent met de juiste personen, is het onwaarschijnlijk dat je de juiste informatie tot je krijgt. Een paar jaar geleden gaf ik een presentatie in een college van B&W. De burgemeester gaf daar aan dat hij vond dat hij zijn collega’s moest volgen op Twitter. Een van die collega’s was alleen maar aan het tweeten over het feit dat hij pannenkoeken ging bakken.

Let wel, dit was nog erg in de beginfase van Twitter, toen iedereen nog even een berichtje stuurde over het feit wat hij/zij ging ontbijten. Maar cruciaal is dus wel dat je goed moet kijken wie je volgt en wie je als ‘vriend’ wil hebben online. Dat is niet alleen extern, maar ook intern!

Overigens is dat natuurlijk niet alleen online. Een goed netwerk is juist ook offline. Je belt of tweet immers makkelijker als je iemand ook persoonlijk kent. Dat hoeft niet (iemand schrijft al drie jaar bijdragen voor mijn boeken, zonder dat ik haar ook maar één keer gezien heb), maar blijft natuurlijk wel leuker.

Dat netwerken moet je overigens wel leuk vinden. Persoonlijk vind ik het superinteressant om nieuwe mensen te leren kennen en te ontdekken wat ze allemaal weten, maar ik ken ook veel mensen die dit totaal niet belangrijk vinden. Als (jonge) ambtenaar vind ik het daarom een harde voorwaarde dat je leert netwerken, zodat je op je eigen beleidsterrein een super waardevol netwerk kunt verzamelen, zowel intern als extern.

Merkwerken

Tenslotte denk (hoop) ik dat bij jonge ambtenaren veel meer het besef leeft dat je een uithangbord bent van de organisatie waar je voor werkt dan bij de oudere generatie ambtenaren. Dat betekent dat je in je netwerk ook laat zien dat je diezelfde organisatie goed kunt vertegenwoordigen, kennis van zaken hebt en niet ‘de 9-5 ambtenaar’ waar alle grapjes over gaan.

Jij werkt voor je merk en straalt dat ook uit. Je bent daar waar je moet zijn (netwerk) en zorgt er voor dat je de juiste mensen betrekt bij waar je mee bezig bent. Dus: je staat midden in de maatschappij en durft je kennis te delen, zodat andere mensen daar hun voordeel mee kunnen doen. Je durft je nek uit te steken en risico’s te nemen, ook dat hoort bij het merkwerken namelijk, al straalt het merk “overheid” dat wellicht nog niet echt uit, maar dat is wel waar we naar toe willen.

Kortom

Willen we toe naar de 10, de gemeente die echt een social business is, dan hebben we jonge ambtenaren nodig die netwerkende merkwerkers zijn! En, laat ik het toch maar even zeggen: uiteraard zijn er ook heel veel oude(re) ambtenaren die dit begrijpen en jonge(re) ambtenaren die het ook nog niet zo goed door hebben.

One Comment on “Gastartikel: Quid pro quo, de ambtenaar als netwerkende merkwerker”

  1. Pingback: Verslag Slotbijeenkomst 2015 – Online ambtenaar | Hartmans Netwerk

Reageer op dit artikel