Hartmansblog: Kampioenen in de Kuip: het kan!

Jelle RinzemaHartmansblogs0 Comments

Leden van het Hartmans Netwerk hebben, eerlijk waar, flink wat te vertellen. Over werk, ambitie en carrière. Of over hun privéleven, hun persoonlijke ontwikkeling en de balans tussen werk en privé. Elke week verschijnt van de hand van een Hartmanner op deze website een vormvrij blog. Tekst, foto’s, een video, alles mag. Elke week bieden we derhalve een nieuw inkijkje in de carrière of in het leven van een van onze leden. Reageren wordt aangemoedigd :).

De Kuip, het mooiste stadion van Nederland. Er is alleen één ding heel erg jammer aan de Kuip. Juist, Feyenoord voetbalt er. Toen Feyenoord voor het laatst kampioen werd, had nog niet iedereen een mobiele telefoon. Dat is onze eer als Hartmanners te na. Onze kuip is een gemeente, provincie of uitvoeringsdienst en met onze collega’s willen wij kampioen worden. Het Hartmans team is jong als Jetro Willems, nog geen wereldtop, maar met slim countervoetbal en de vorm van de dag kunnen we winnen van het grote Manchester United. Van Feyenoord winnen we in ieder geval, met 10-0 als het moet. Natuurlijk willen we meer. Voetballen als Barcelona, of Real Madrid. Daar speelt Cristiano Ronaldo dos Santos Aveiro. Topatleet, technicus en killer voor de goal.

Hoe word je zo goed als Cristiano? Er zijn twee randvoorwaarden. Allereerst moet je een supertalent zijn. En talent is er genoeg. Van jurist tot bestuursadviseur: rechtsbuiten, linksback, doen we niet moeilijk over. Maar met alléén talent komen we er niet. Ik was een aardige voetballer in de jeugd. Geen toptalent, maar ik kon de bal aardig raken. Toen ging ik studeren. Wijntjes, sigaretten, een jointje op zijn tijd… en voor je het door hebt dragen ze je na 50 minuten met kramp van het veld. Wim Kieft op mijn eigen niveau. Geen goed voorbeeld. En zeker geen Cristiano Ronaldo, die traint altijd maximaal. Drie keer wereldvoetballer van het jaar, maar nog steeds keihard werken om elke dag beter te worden. Die drive hebben wij ook nodig om onze ambities waar te maken.

Nog belangrijker is het besef dat we het niet alleen doen. Voor onze dadendrang hebben we onze collega’s hard nodig. En die collega’s zijn misschien niet altijd even bevlogen als we zouden willen. Na het vijfde organisatievernieuwingstraject ben je er ook wel een beetje klaar mee. Weer een massale bijeenkomst in de kantine waar een nieuwe directeur het oude ‘meer voor minder’ verhaal vertelt. Medewerkers zijn gelokt met het vooruitzicht van slappe kroketten of komen uit angst voor een boze baas. Daar gaan we de nieuwe Ronaldo’s van deze wereld niet ontdekken.

Hoe dan wel? De afgelopen maanden volg ik de opleiding ‘In de Wind’ bij SIOO met de ondertitel: invloedrijk handelen in veranderprocessen. De belangrijkste les die ik uit deze opleiding haal is dat veranderen valt of staat bij het geloof dat de verandering iets toevoegt. Dit kan van alles zijn, van meer werkplezier tot resultaat. Het is een cliché, maar in vastgeroeste organisaties kan veel winst behaald worden door medewerkers in hun kracht te zetten. Dat doe je niet met een abstract verhaal met slappe kroketten, maar door mensen weer terug te laten gaan naar de vraag waarom zij ooit voor dit werk gekozen hebben. En omgekeerd zal het management de waarom vraag moeten beantwoorden vanuit het perspectief van de organisatie: wat is hier nou eigenlijk de bedoeling? Om deze column leesbaar te houden verwijs ik voor een uitgebreider relaas over de waarom vraag naar het boek Verdraaide Organisaties van Wouter Hart.

Daarbij vind ik het belangrijk om ook de keerzijde van deze blije boodschap te benoemen. Voor sommige medewerkers voegt de verandering misschien wel helemaal niets toe, om wat voor reden dan ook. Bij de overheid wordt dan vaak heel veel energie gestoken in het overtuigen: de zogenaamde kracht van herhaling. Mijn overtuiging is dat je hiermee niet alleen de organisatie, maar ook de medewerkers te kort doet. Soms zit een verandering er gewoon niet in, althans niet binnen de kaders van de organisatie. Dan kun je die energie beter steken in de begeleiding naar buiten toe. Ik ken hele mooie voorbeelden van medewerkers die met opleiding of een goede afscheidsregeling de switch gemaakt hebben naar een nieuwe droom. Afscheid nemen is een competentie waar wij als ambtenaren nog een slag in te maken hebben. En daar moeten we vooral niet te veel over praten. Geen woorden maar daden.

Over de schrijver
Michiel Zwaan

Michiel Zwaan

Reageer op dit artikel