Water bij de wijn

Jelle RinzemaHartmansblogs0 Comments

Over de schrijver
Riëtte Sluiter-Engelen

Riëtte Sluiter-Engelen

Toen mijn man en ik recent een huis kochten in een klein dorp (ja ook wij behoren tot de yuppen die de dure woningen met postzegeltjes erachter in de stad verruilen voor de ruimte van ‘het platteland’), werden wij door de buurt al snel geattendeerd op de aanstaande herindeling van onze straat. Voor de beeldvorming: onze straat en de rest van het dorp zijn een 30 kilometer zone, maar menigeen schijnt onze straat meer te zien als circuitpark Zandvoort, want 90 is toch immers ook 3×30?

Goed, terug naar de kern. De herindeling zou vorm worden gegeven ‘in overleg met de bewoners van de straat’. Onze straat bestaat voor ongeveer 75% uit bewoners die er al bijna hun hele leven wonen. En waarom moet dit allemaal opgetuigd worden ‘want er is in de 50 jaar dat ik er woon nog nooit wat gebeurd’ aldus de overbuurman! Mijn man en ik hadden een week daarvoor de eerste wielrenner bijna over de motorkap die met 60 km/u van de dijk door een onoverzichtelijke bocht gescheurd kwam en dacht dat net als bij de Tour de France alles en iedereen vanzelf wel aan de kant gaat (om nog maar niet te spreken van kleine kinderen, geparkeerde auto’s, uitritten en rondrennend pluimvee op straat).

Tijdens de derde bewonersavond zou de gemeente het ‘vernieuwde’ plan presenteren en was er ruimte voor vragen. Burgerparticipatie ten top. De koffie en thee met koekjes stond klaar, er was een communicatiedeskundige van de gemeente aanwezig en enkele ambtenaren. De participatie-avond kon beginnen. Een medewerker van de gemeente begon met zijn verhaal, maar zoals dat gaat bij betrokken bewoners werd hij al snel onderbroken in zijn verhaal. ‘Waarom was er gekozen voor X’, ‘wij willen niet dat’, ‘wie gaat er iets doen aan het probleem in mijn achtertuin’. De beste man werd bestookt met vragen waarop hij het antwoord niet wist. Hij probeerde door te gaan met zijn verhaal, maar werd wederom onderbroken door een stortvloed aan kritiek. De man kreeg rode vlekken in zijn nek, kwam niet meer uit zijn woorden en leek van plan de boel maar op te geven. Gelukkig sprong de communicatiedeskundige in met de opmerkingen: op al uw vragen kunt u antwoord krijgen achterin de zaal bij de verschillende tekeningen. Waarop onze achterbuurman antwoordde: ‘als iedereen dezelfde vragen heeft waarom kunnen die dan niet hier beantwoord worden?’. Dus werd de beste man met de inmiddels licht roze vlekken weer voor de groep gezet om de vragen te beantwoorden. Het meest strekkende voorbeeld vond ik de discussie over de inmiddels bijna 100 jaar oude boom aan het einde van de straat. De bewoners willen de boom graag behouden, maar dan moet er ingegrepen worden in het straatbeeld. Waarop de gemeente aangeeft het straatbeeld zo te laten en de boom niet meer ruimte te geven. Waarop onze achterbuurman wederom op staat en zegt: ‘begrijp ik nu goed dat u tussen de regels door eigenlijk zegt dat de gemeente de boom laat afsterven en we over 5 tot 7 jaar de hele straat weer gaan herindelen?’. Dat was olie op het vuur. De enkele voorstander van het omhakken van de boom vond het beter om het dan nu maar gelijk te doen, de tegenstanders vonden dat de gemeente het plan moest aanpassen. De gemeente wilde geen van beide. De strekking aan het einde van de avond was dat het plan zoals gepresenteerd door zou gaan, en dat er alleen nog minimale aanpassingen mogelijk waren. Toen vervolgens de vraag rees wanneer de gemeente met dit plan dacht te beginnen was het antwoord ‘voor de bouwvak’. Waarop ik, wellicht iets te snel, antwoordde: ‘van welk jaar?’. De beste mevrouw ging er nog serieus op in door te zeggen dat ze dit jaar het project af wilden ronden en dat voor de bouwvak gestart zou worden. Waarop ik de vervolgvraag stelde: een week ervoor is ook “voor de bouwvak”, en dan ligt vervolgens de straat 4 weken open, hoe gaat de gemeente daarmee om? Daar had nog niemand over nagedacht.

 

De moraal van het verhaal is dat burgerparticipatie een hip en veel gebruikte methode is om burgers actief te betrekken bij allerhande zaken in het publieke domein, de leefomgeving. Dit eenvoudige voorbeeld geeft al aan dat burgerparticipatie niet zo eenvoudig is als het lijkt. In onze straat spelen verschillende belangen: de bedrijven in de straat willen bereikbaarheid behouden voor de vrachtwagens en tractoren, de bewoners met kleine kinderen willen dat beperken en de snelheid aan banden laten leggen, niemand wil geparkeerde auto’s voor zijn deur, scheuren in zijn woning of wateroverlast in zijn kelder doordat de straat schuin afloopt. Ook de gemeente heeft bepaalde belangen, namelijk een zo goedkoop mogelijke herinrichting waarbij een aantal essentiële punten wordt aangepakt. Helaas is ook bij de derde versie van het plan gebleken dat de ideale oplossing niet voorhande is. Burgerparticipatie betekent uiteraard inspraak door bewoners maar ook water bij de wijn, polderen en soms genoegen nemen met maar 80% van je optimale oplossing. Een goed voorbereidde gemeente die de ambtenaren inzet die gewerkt hebben aan het plan en de keuzes hebben gemaakt in plaats van de ambtenaar die toevallig beschikbaar was zou ook helpen. Inspraak vraagt niet alleen een actieve houding van burgers maar ook van de gemeente. Als je de mogelijkheid biedt om vragen in te vullen zodat de gemeente die later individueel kan bekijken en beantwoorden, moet je daar ook op terugkomen. Mijn man en ik hebben 3 maanden moeten wachten op een antwoord. Dat antwoord was ook nog eens incompleet en na een telefoontje van 45 minuten was de conclusie dat de gemeente had ‘zitten slapen’ en dat de door ons voorgestelde oplossing inderdaad de juiste was. Kortom: participeren kun je leren, zowel de burger als de gemeente.

Inmiddels zijn we 5 maanden verder, staat de bouwvak voor de deur, en is de gemeente nergens te bekennen. Sinds de bewonersavond ligt de communicatie stil en gaat het leven aan de Waal weer door als vanouds. Is de gemeente weer in slaap gevallen?

Reageer op dit artikel