Privacy versus regeldruk

Jelle RinzemaHartmansblogs0 Comments

Over de schrijver
Jelle Rinzema

Jelle Rinzema

Facebook Twitter

Sinds januari 2015 lid en webmaster. Hecht bij het schrijven veel waarde aan bourgondisch taalgebruik en creatieve zinsopbouw en weinig aan leesbaarheid. Het spijt me. Ietwat.

Leden van het Hartmans Netwerk hebben, eerlijk waar, flink wat te vertellen. Over werk, ambitie en carrière. Of over hun privéleven, hun persoonlijke ontwikkeling en de balans tussen werk en privé. Elke week verschijnt van de hand van een Hartmanner op deze website een vormvrij blog. Tekst, foto’s, een video, alles mag. Elke week bieden we derhalve een nieuw inkijkje in de carrière of in het leven van een van onze leden. Reageren wordt aangemoedigd :).

Regels. Sommige mensen houden van regels. Anderen, en we kunnen veilig stellen dat deze categorie in elk geval in Nederland een ruime meerderheid vertegenwoordigt, houden minder van regels. Ik twijfel nog, maar als ambtenaar behoor ik natuurlijk eigenlijk een regelknuffelaar te zijn. Een liefhebber van afspraken, het liefst unilateraal en voorzien van een flinke stok achter de deur in de vorm van ernstige gevolgen, boetes, straffen en wat dies meer zij. Als wij ambtenaren een probleem of een nieuw risico zien, zo gaat het verhaal, dan hebben wij altijd een oplossing klaar: nieuwe regels, strengere regels, of zwaardere consequenties koppelen aan regelovertredend gedrag. Op een of andere manier leiden deze nieuwe regels vaak tot lastenverzwaring voor burgers.

In de brochure: Naar een nuchtere kijk op risico’s beschrijft onder andere Johan Remkes dat zeker na incidenten en rampen deze risico-regelreflex begrijpelijkerwijs moeilijk te vermijden is – maar zeker niet onmogelijk. Vaak staan nieuwe regels niet in verhouding tot het risico. Ook komt het voor dat maatregelen symbolisch van aard zijn en nauwelijks lijken bij te dragen aan de oplossing van het probleem. Symboolpolitiek dus.

Ambtenaren, en zelfs bestuurders ;), zijn slechts mensen en willen na het constateren van een probleem komen met een oplossing. Kennelijk is die oplossing vaak een stuk tekst, bij voorbaat een analyse van wat er fout is gegaan in het verleden en een lijst met maatregelen die we treffen om te voorkomen dat het ooit nog eens gebeurt. Met die wetenschap in het achterhoofd blijft het lastig om niet te vervallen in de genoemde reflex. Zeker in een crisissituatie is (of: nemen we) niet altijd voldoende tijd om tot een gedegen respons te komen.

Fijner is het natuurlijk regels te evalueren buiten de crisissituaties om. Doen we nog wel wat we moeten doen? Kunnen we ook effectief zijn met minder regels? Waar ligt de balans tussen regeldruk en de risico’s die we proberen te mitigeren? Als we hiervoor de tijd nemen op een moment waarop geen algemene of bestuurlijke crisis aan de gang is dan kunnen we pas helder kijken naar wat nodig is.

En doe ik vandaag. Crises genoeg natuurlijk, maar toevallig even niet over dit onderwerp :). Vandaag denk ik na over een opmerkelijk vraagstuk: het verminderen van regeldruk in deze casus leidt tot een grotere pakkans van ondernemingen die criminele activiteiten faciliteren, maar heeft een negatieve impact op de privacy. Gek? Welzeker. Een korte duiding:

Ondernemingen die (bijvoorbeeld) een horecavergunning aanvragen bij een gemeente worden veelal gescreend op grond van de Wet Bibob. Deze wet maakt het mogelijk om onderzoek te doen in open en gesloten bronnen naar de integriteit van de aanvrager en betrokkenen (zoals aandeelhouders, directeuren, zakenpartners en investeerders). De start van een onderzoek is vaak een Bibob-vragenformulier, dat de aanvrager meestuurt met zijn vergunningaanvraag. Hoewel er enkele jaren geleden een poging is gedaan om een landelijk uniform vragenformulier te maken gebruikt nagenoeg elke gemeente een eigen formulier. De vragen komen vaak voor 90% overeen met de vragen die andere gemeenten stellen, maar elk bestuursorgaan heeft de vrijheid om minder of meer (met een maximum) vragen te stellen.

Deze vragenformulieren en alle informatie die een bestuursorgaan vergaart in het kader van het Bibob-onderzoek zijn strikt vertrouwelijk. Dat betekent dat deze informatie niet zo maar mag worden gedeeld met andere bestuursorganen. Dat is lastig (want: landelijk opererende ondernemers moeten meerdere, soms zelfs tientallen van die formulieren per jaar invullen) maar ook prettig (want: belastende informatie komt niet op een landelijke zwarte lijst waardoor een ondernemer elke aanvraag neutraal ingaat).

De duiding achter de rug hebbende kom ik tot het volgende gedachtenspinsel. De Wet Bibob verbiedt bestuursorganen om informatie die zij vergaren in de uitoefening van die wet te delen met andere bestuursorganen behalve met RIEC-partners en dan enkel, om het ingewikkeld te maken, om door die RIEC-partners ondersteund te worden in het nemen van het besluit. Het is dus niet toegestaan om een ander bestuursorgaan te ‘waarschuwen’ voor een rotte appel. Dat is, zoals gezegd, prettig voor die rotte appel.

Een neveneffect van dat verbod raakt echter de smakelijke appels: de bedrijven die zich goed gedragen en waarin niet wordt geïnvesteerd door de georganiseerde criminaliteit. Zij moeten bij elk bestuursorgaan waar zij een vergunning aanvragen (of: waar zij zich inschrijven voor een aanbesteding; waar zij een subsidie aanvragen; waar zij participeren in een vastgoedtransactie) een ingevuld uniek vragenformulier inleveren.

Het zijn die bedrijven waarvoor het fijn zou zijn als er een register zou komen met Bibob-informatie, of als het mogelijk zou zijn om een recent ingevuld Bibob-vragenformulier door te sturen naar een ander bestuursorgaan.

De regel (geen informatie uitwisselen) bestaat met een goede reden. Men wil voorkomen dat sluimerende zwarte lijsten het ondernemers onmogelijk maken om te ondernemen. Deels terecht, want een (in theorie!) zwak onderzoek met een conclusie die kort door de bocht is door één bestuursorgaan zou dan kunnen leiden tot een landelijk blok waardoor een onderneming in korte tijd ten onder gaat. Alle ‘nette’ bedrijven zijn gebaat bij de vermindering van de administratieve lastendruk die voortvloeit uit het opheffen of verlichten van deze regel. Alle ‘rotte appels’ zijn dus gebaat bij administratieve last, omdat zij in de obscuriteit van deze lastendruk kunnen opereren.

Een bezwaar is te vinden in het risico voor het nette bedrijf dat door een slordigheid op een zwarte lijst terecht zou komen. Willen we de kans accepteren dat een net bedrijf onterecht wordt uitgesloten? Voordat we een oplossing hebben gevonden voor dit probleem blijft de administratieve lastendruk dus iets hoger én blijft het instrument minder effectief dan het zou kunnen zijn.

Zo zie je maar. Sommige regels leiden, zoals bekend, tot lastenverzwaring. Bij sommige regels zijn juist de rotte appels gebaat. En het opheffen van sommige regels leidt weliswaar tot lastenverlichting en betere aanpak van rotte appels, maar draagt een risico in zich. Een risico, kleine kans, grote gevolgen. Ik ben er van overtuigd dat we de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit beter, efficiënter en effectiever zouden kunnen vormgeven wanneer we meer informatie zouden kunnen delen met andere bestuursorganen. Ik mijmer nog even door over hoe.

 

P.S.

Provincies zijn natuurlijk helemaal niet verantwoordelijk voor of bevoegd tot het wijzigen van wetten. Dus volgende keer: een blog over invloed en over weten wat je beperkingen zijn 😉

Reageer op dit artikel