Daar kunt u ook niks aan doen, prettige dag nog!

Jelle RinzemaHartmansblogs0 Comments

Over de schrijver
Hendrik Hoekstra

Hendrik Hoekstra

Leden van het Hartmans Netwerk hebben, eerlijk waar, flink wat te vertellen. Over werk, ambitie en carrière. Of over hun privéleven, hun persoonlijke ontwikkeling en de balans tussen werk en privé. Elke week verschijnt van de hand van een Hartmanner op deze website een vormvrij blog. Tekst, foto’s, een video, alles mag. Elke week bieden we derhalve een nieuw inkijkje in de carrière of in het leven van een van onze leden. Reageren wordt aangemoedigd :).

Daar kunt u ook niks aan doen, prettige dag nog!

In mijn vorige blog konden jullie al lezen dat ik een kei ben (uhum) in het integreren van theorie en praktijk. Ik heb nog wel een mooi voorbeeld. Ook hierbij benadruk ik weer dat onderstaande een puur fictief verhaal is. Het is wel op feiten gebaseerd, het zou zomaar echt gebeurd kunnen zijn.

Het is allemaal wetenschappelijk te verklaren

Voor mijn werk als adviseur openbare ruimte heb ik een minor ‘omgevingspsychologie’ gevolgd. Naast de basisprincipes van de psychologie passeerden er ook een paar interessante weetjes over verkeersgedrag. Wist je bijvoorbeeld dat moeders van jonge kinderen minder goed in staat zijn om verkeerssituaties objectief te beoordelen dan moeders zonder kinderen? Klinkt logisch, maar na een heel framewerk aan theorieën en onderzoeken is het ook wetenschappelijk te verklaren. Dat doet me deugd. Hoe het precies zit is een lang verhaal, maar het heeft iets te maken met ‘een hiaat in het appraisal’. Superhandig in de praktijk:

Moeder: ‘Er wordt hier zo hard gereden in de straat, straks komt mijn kind onder de auto. Het is hier levensgevaarlijk, u moet wat doen’

Ik: ‘Nee hoor, het is helemaal niet gevaarlijk. U heeft alleen maar een beetje last van een hiaat in uw appraisal. Daar kunt u ook niks aan doen. Prettige dag nog!’

Kunnen we niks aan doen, moet van de theorie

In de minor kwam naar voren dat verkeersagressie een opgestapelde frustratie is, die zich door omstandigheden uit in een buitenproportionele reactie. Een voorbeeld: je komt op je werk, te laat, geen parkeerplek, noodgedwongen door de regen. Het fundament is gelegd. Gelukkig bestaat de halve dag uit nutteloze vergaderingen. De andere helft van de dag hoor je de tenenkrommende verhalen van je collega’s aan over zieke schoonmoeders, overleden cavia’s en lekkages in het schuurtje. Feest! Om toch je meters te maken ga je veel te laat naar huis. Op de valreep vertelt je leidinggevende, dat die promotie naar je collega gaat (i.v.m. zijn overleden cavia). Je bent pissed. Maar hé, je bent een professional en slikt je frustratie in. Geen probleem, ik begrijp het, komt later wel, hij verdient het ook. Wederom door de regen naar je auto. Kort daarna op de snelweg zit er een andere gefrustreerde testosteron-aap in een nog grotere 7-serie net iets te dicht op je bumper. Op dat moment breekt er iets. Je zit in je eigen auto, je veilige kooi, je bent onaantastbaar (denk je). Al je frustratie komt samen en je trapt een keer goed op de rem. Zo. Dat zal die gorilla achter me leren. Nuttig? Nee. Toch doen we het dagelijks. Kunnen we niks aan doen, moet van de theorie.

De drie fasen van escaleren

Wist je dat een verkeersconflict drie fasen kent? De drie fasen van escaleren:

Fase 1: Je blijft in je veilige kooi en wisselt non-verbale signalen uit; je knippert met je lampen, drukt op je toeter, zwaait met je middelvingertje of maakt een opgefokt gebaar (96% van de conflicten);

Fase 2: Je opent je veilige kooi door je raam open te draaien. Je maakt verbaal contact; ’je schreeuwt zonder te luisteren, maakt wegwaaigebaren en rijdt weg (3,5% van de conflicten);

Fase 3: Je verlaat je veilige kooi en loopt op de andere bestuurder af om het contact desnoods fysiek aan te gaan (0,5% van de conflicten).

De meeste mensen durven fase 2 al niet aan, laat staan fase 3. Bij het inzetten van fase 3 is de andere partij ineens heel bewust van zijn schendbaarheid in zijn zogenaamd veilige kooi. Grote kans dat hij of zij zal blijven zitten met de deur op slot of als paniekreactie wegsprint.

De theorie in de praktijk

En nu de praktijk: ik rijd met de motor langs een file in Denemarken. Ik heb een behoorlijke tocht achter de rug en heb te weinig geslapen. De gedachte dat de vakantie er op zit, is niet goed voor mijn emotionele toestand. Het regent al een paar uur, ik ben nat, ik ben koud, ik wil naar huis en de elektronica van mijn motor hapert hard. Alle ingrediënten voor een buitenproportionele reactie zijn ruim aanwezig.

Ik heb het nooit zo goed begrepen, maar niet iedereen kan het waarderen dat je in een file met de motor tussen de auto’s doorrijdt. Zo ook een Deense huisvader in een Opel Meriva. Nou heb ik het per toeval niet zo op de Meriva. Dus deze Knäckerbröd-eter heeft ook zeker niet de gunfactor. Maar goed, ik rijd braaf tussen alle auto’s door totdat Niels Holgerson zijn burgerbak van strook wisselt en mij en mijn motor aanrandt. Ik schrik, ik ben geïrriteerd en ik gebaar. De man gebaart terug. Fase 1 completed. Ik denk, weet je wat: ik haal deze meneer uit zijn comfortzone, uit zijn veilige kooi en schaal gewoon op naar fase 2. Mijn vizier gaat omhoog en ik klop op het bijrijdersraam. Haha, moet hij ook nog helemaal over zijn vrouw heen buigen om met mij te praten. Heerlijk! Holgerson heeft daar andere gedachten over en stapt uit. Zijn vrouw blijkt een langharige kleerkast te zijn. Op de achterbank zitten helemaal geen kinderen maar twee petjedragende fitnessvikingen. Kak, Fase 3. Wat moet ik doen? Wat komt er na fase 3, WAT KOMT ER NA FASE 3?! Ineens ben ik me heel bewust dat de theorie me in de steek laat. Ik moet hier weg, evacuatie, mijn motor start niet, net even geen stroom, hartslag 200. Een halve ton aan anabolen loopt op me af. Minder dan een seconde voor impact. Ineens brandt mijn contactlampje en ik herinner me weer ‘als paniekreactie wegsprint’. Mooi verhaal, startknopje in, koppeling los, gas open. Op mijn achterwiel plank ik tussen de auto’s door. Broaaaap, Episch!

Op dat moment ontvangt een lokale Deense gemeente een telefoontje van een verontruste moeder:

‘Er wordt hier zo hard gereden in de file, straks komt mijn kind onder de motor, u moet wat doen!’

Waarop mijn Deense collega naar alle waarschijnlijkheid antwoordt:

‘Nee hoor mevrouw, u heeft slechts last van een hiaat in uw appraisal. Daar kunt u ook niks aan doen. Prettige dag nog!’

Reageer op dit artikel